Tja, het is een zeer apart, maar vaker beschreven verschijnsel. Er zijn mensen die er een hobby van maken alles achterstevoren uit te spreken. Wellicht is het een dwangneurose, zoals de bekende schrijfster en beeldend kunstenaar Charlotte Mutsaers eens vrolijk opperde.
Zij is zelf gespecialiseerd in het achterstevoren spreken. In een onvergetelijk interview met Adriaan van Dis in 1983, potdomme alweer bijna dertig jaar geleden, gaf zij een staaltje van haar kunnen. Daar zong zij het kinderliedje In een groen, groen knollen- knollenland... achterstevoren. In koor met Van Dis, die het gewoon zong.
Twee weken geleden kon Nederland kennismaken met de elfjarige Marieke, via Youtube.
Zij zegt het klassieke, 18de-eeuwse gedicht Jantje zag eens pruimen hangen op. Achterstevoren.
Of dat dichtkunst is, zou ik niet durven zeggen. Maar het gaat wél over klank en taal...
donderdag 24 februari 2011
Zoals beloofd...
Tja, ik had het beloofd in mijn eerste bericht over de klassieker Jantje zag eens pruimen hangen...
Zoals gezegd is dit gedicht uit de late 18de eeuw nogal gehaat bij ouderen. Dit omdat zij gedwongen werden het uit het hoofd te leren. Zo is het vele generaties vergaan. Tegenwoordig kunnen wij er luchtiger mee omgaan.
In de loop der eeuwen zijn er vele muzikale interpretaties van gemaakt. In mijn eerdere bericht van 9 december 2010 gaf ik de muziek van een tijdgenoot van Hieronymus van Alphen. (zie archief)
En hier dan, tweehonderd jaar later, de jaren zeventig vertolking door de band RK Veulpoepers bv.
Lange tijd zijn de Veulpoepers een begrip geweest in Brabant en omstreken. Een aanstekelijke, energieke band, het was altijd een feest om ze life mee te maken op festivals. Bij deze vertolking echter, heb ik wel wat kanttekeningen. Te grof, te stamperig, te weinig serieuze aandacht aan besteed. Het had beter gekund, jammer.
Elke tijdgenoot zal hier de beroemde, maar sterk vertraagde hit One step beyond van de Britse band Madness in herkennen. Dat was al een weinig genuanceerde stamper, en nu het tempo eruit gehaald is, blijft er feitelijk weinig van over, helaas.
Maar desalniettemin, hierbij dan toch: Jantje zag eens pruimen hangen, door de RK Veulpoepers bv.
Ook weet ik dat er een mooie rap van Jantje en de pruimen gemaakt is. Ik heb hem ooit gehoord, maar hoe ik ook zoek, ik kan hem niet weer vinden. Wie kent deze goede rap van Jantje? Reageer alstublieft!
Zoals gezegd is dit gedicht uit de late 18de eeuw nogal gehaat bij ouderen. Dit omdat zij gedwongen werden het uit het hoofd te leren. Zo is het vele generaties vergaan. Tegenwoordig kunnen wij er luchtiger mee omgaan.
In de loop der eeuwen zijn er vele muzikale interpretaties van gemaakt. In mijn eerdere bericht van 9 december 2010 gaf ik de muziek van een tijdgenoot van Hieronymus van Alphen. (zie archief)
En hier dan, tweehonderd jaar later, de jaren zeventig vertolking door de band RK Veulpoepers bv.
Lange tijd zijn de Veulpoepers een begrip geweest in Brabant en omstreken. Een aanstekelijke, energieke band, het was altijd een feest om ze life mee te maken op festivals. Bij deze vertolking echter, heb ik wel wat kanttekeningen. Te grof, te stamperig, te weinig serieuze aandacht aan besteed. Het had beter gekund, jammer.
Elke tijdgenoot zal hier de beroemde, maar sterk vertraagde hit One step beyond van de Britse band Madness in herkennen. Dat was al een weinig genuanceerde stamper, en nu het tempo eruit gehaald is, blijft er feitelijk weinig van over, helaas.
Maar desalniettemin, hierbij dan toch: Jantje zag eens pruimen hangen, door de RK Veulpoepers bv.
Ook weet ik dat er een mooie rap van Jantje en de pruimen gemaakt is. Ik heb hem ooit gehoord, maar hoe ik ook zoek, ik kan hem niet weer vinden. Wie kent deze goede rap van Jantje? Reageer alstublieft!
dinsdag 15 februari 2011
Twijfel

Hier in Holland waarderen wij Joke van Leeuwen vooral om haar kinderboeken en bovenal om haar bijzondere illustraties. Dat is een groot goed, want in tegenstelling tot de Angelsaksische gebieden, wordt in Noord-West Europa de jeugdliteratuur heel serieus genomen.
Maar eveneens lijkt het wel of dat juist haar waardering als dichter in de weg staat.
Zo is Van Leeuwens Twijfellied een typisch twijfelgeval. Het is op het oog een kinderlijk taalspel, een gedicht van kinderlijke eenvoud. Behoort dit tot de volwassen dichtkunst?
Er is een prachtig, grappig en zorgvuldig tekenfilmpje gemaakt van dit gedicht, dat ik niemand wil onthouden. Maar hoe mooi ook: het doet geen recht aan het gedicht, aan de taal.
Daarom raad ik je aan eerst rustig het gedicht te lezen, alvorens het filmpje te zien.
Twijfellied
Doe ik wat ik kan? Kan ik wat ik doe?
Denk ik: kan ik wat ik doe dan voel ik mij zo moe.
Moet ik wat ik denk?
Denk ik wat ik moet?
Moet ik wat ik wil en doe ik wat ik moet wel goed?
Zeg ik wat ik wil?
Wou ik wat ik zei?
Wou ik ook bij jou wat jij zei dat je wou bij mij?
Hou ik dan van jou?
Wou je dat ik zou?
Weet ik dat ik zei dat ik het zou wanneer ik wou?
Weet ik wat ik ben?
Ben ik wat ik weet?
Weet ik wat ik ken en wat ik kon als ik dat deed?
Mag ik wat ik wil?
Wil ik wat ik mag?
Dacht ik wat ik wou en wat ik mocht dat ik dat zag?
Weet ik wat ik zie?
Zie ik wat ik zul?
Zul ik wat ik kannen zou en weet ik dat ik lul?
Wul ik wat ik kou?
Kauw ik wat ik eet?
Weet ik wat ik at en deed ik dat als ik dat deed?
Voel ik wat ik heb?
Hoel ik wat ik veb?
Zoel ik wat ik doe wanneer ik dee dat ik het deb?
Zoals ik dat zei
zeik ik dat weer zo.
Wul ik dat ik kon dat ik zol donken wat ik ko!
Ho...
Dit gedicht van Joke van Leeuwen komt uit de bundel Vier manieren om op iemand te wachten uit 2001. Te leen in Bibliotheek Rotterdam.
woensdag 9 februari 2011
Tunnel

En die ventilatiegebouwen natuurlijk, die vooral in een nog waterig, maar toch hoopvol voorjaarszonnetje, zo ongelooflijk wit en strak uitgemeten oplichten aan de Maasoevers. Vooral als je, net uit de klamme tunnel, met je fiets op de kop van Charlois staat en naar de noordoever kijkt. Onbeschrijflijk, nou ja, dat hoef ik niet uit te leggen, denk ik.
Antwerpen heeft ook een heel mooie fiets- en voetgangertunnel. De Sint Annatunnel onder de Schelde. Net als bij ons een belangrijke verbindingsweg tussen de beide stadsoevers. Net iets ouder dan de onze, uit 1933. Maar toch gelijksoortig en met houten roltrappen, zij het net iets minder imposant, gelukkig.
Wel doen ze er daar dan weer leukere dingen mee. De Antwerpse stadsdichter Joke van Leeuwen, een halve Nederlander die in België beter gewaardeerd wordt dan hier, maakte in 2009 een gedicht voor deze tunnel, dat voor twee maanden op de muren uitgeschreven stond.
Het Elfhonderdmetergedicht. Dat was een dikke 500 meter heen en ruim 500 meter terug, op beide muren.
En dan ben ik toch zo jaloers! Waarom hebben wij dat niet?
donderdag 3 februari 2011
Ogen dicht
![]() |
Bijschrift toevoegen |
Deze beroemde zin is de eerste regel van een van de oudst bekende Nederlandstalige rouwgedichten, het Egidiuslied. Ik schaar het gemakshalve onder de funeraire poëzie, maar officieel moet je zeggen elegie, een klaagdicht.
In dit lied beweent de spreker zijn zojuist gestorven vriend Egidius. Hij zegt hem te missen en beklaagt zijn eigen lot: hij immers moet nog door in het harde aardse leven, in de weerelt liden pijn, terwijl zijn vriend nu vreugdevol is opgenomen in de hemel. Hij vraagt hem een plaatsje naast zich voor hem vrij te houden: verware mijn stede di beneven.
Het Egidiuslied kennen we uit het Gruuthuse-handschrift. Dit boekwerk is rond 1400 geschreven in Brugge en bevat onder andere bijna 150 liederen met muzieknotatie. Vooral dit laatste is bijzonder, want muzieknotatie uit die tijd is, vooral voor wereldse liederen, zeer zeldzaam. Daarbij zijn de meeste teksten uniek, dus niet bekend uit andere overleveringen. Het Gruuthuse-handschrift is dus niet alleen belangrijk voor de cultuurgeschiedenis van onze streken, maar ook voor de taalkunde en muziekgeschiedenis.
Precies vier jaar geleden kon de KB het handschrift aankopen. Gelukkig maar, want al die eeuwen is het in particuliere handen geweest, wat voor een zeldzame cultuurschat altijd onwenselijk is. Aan de andere kant slaan de Belgen zich nog voor de kop, want het is natuurlijk een doodzonde dat dit bijzondere boek niet ligt waar het hoort: in Brugge.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven!
Dat was gheselscap goet ende fijn,
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven,
Claerre dan der zonnen scijn.
Alle vruecht es di ghegheven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn!
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Nu bidt vor mi, ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn!
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Nu blijkt het vandaag de dag nog niet mee te vallen om de zeer summiere muzieknotatie op een authentieke wijze weer te geven. Slechts enkele experts kunnen er wat van brouwen, en dan hebben ze nóg lekker wat om eeuwig over te blijven redetwisten.
Hieronder de vertolking van de Vlaming Paul Rans. Helaas zit er op Youtube dan weer een weerzinwekkend filmpje met zonsondergangen bij, (het gaat ten slotte over de dood, zullen de makers gedacht hebben). Ik raad je dus aan: ogen dicht, niet kijken, alleen luisteren:
Op de site van de KB staat veel over het Gruuthuse-handschrift, al mag het van mij nog wel wat uitgebreider: http://www.kb.nl/bladerboek/gruuthuse/index.html
Abonneren op:
Posts (Atom)