Posts tonen met het label Willem van Iependaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem van Iependaal. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2011

schimmig

De Rotterdamse schrijver Willem van Iependaal (1891-1970) blijft een schimmige figuur. Hij was een oplichter en heeft daarvoor in de gevangenis gezeten. Buitengewoon kleurrijk beschrijft hij het leven aan de zelfkant van de vroeg 20ste-eeuwse grote stad.
Zijn grootste succes, het beroemde jeugdboek Polletje Piekhaar (1935), verhaalt in een mengeling van plat-rotterdams en bargoens over het leven van een Rotterdams straatjochie, dat elke dag opnieuw inventief moet zijn om zijn dagelijkse kostje bijeen te scharrelen.
Het boek was een instant hit, maar werd vanwege het grove taalgebruik en de niet onaantrekkelijke criminele concepten, verboden voor scholieren. Veel ouderen herinneren zich hoe het boek stiekem onder de schoolbanken van hand tot hand ging. Ook ver na de oorlog.

Onderstaand gedicht van Van iependaal is niet uit Polletje, maar sluit wel aan op dit verhaal.


De steeg

De kerels kleven aan de hoek
Van het verpuinde straatje
En rollen, tussen fluim en vloek,
Het zoveelste piraatje

De vrouwen hangen, uitgedord,
Hun kommer en hun wrevel,
En al wat aan hun leven schort,
Reikhalzend uit de gevel.


Het late licht druipt loom en leeg
Door de gebarsten ruiten
En roept de kleuters van de steeg,
Die binnen zijn, naar buiten...

Naar buiten, waar het huisvuil rot,
In de verzande goten
En waar de jeugd een toegang tot
Een uitweg is gesloten


(piraatje = sigaretje)

woensdag 27 april 2011

dikke dooiigheid

Omdat ik toch zoveel aan rouwgedichten doe, mag een gedichtje van Willem van Iependaal niet ontbreken. Met enig voorbehoud, want hij is uitermate cynisch. Zijn rouwgedicht is dan ook een pastiche. Ofwel een cynisch verslag van de begrafenis van een standaard 19de-eeuwse kapitalist: Dikke Dinges, symbool voor de hardvochtige, meedogenloze huisjesmelker, en dientengevolge 'makelaar in kinderleed'.

De Rotterdamse schrijver Willem van Iependaal is tegenwoordig totaal vergeten. Doodzonde, want het is een heel bijzondere schrijver. Zijn werk bulkt van de levenslust, bijzondere taalvondsten en spetterend schrijfplezier. En ja, ook van sarcasme en cynisme. Over hemzelf is vrij weinig bekend, maar over zijn werk is het laatste woord nog niet gezegd. Daar zal ik persoonlijk zorg voor dragen.

Gelukkig is er vandaag de dag in Bibliotheek Rotterdam nog aardig wat van zijn werk te vinden. Het meeste is niet uitleenbaar, omdat het oude werken zijn die weinig herdrukt zijn. Wel zijn ze voor iedereen vrij opvraagbaar en ter plaatse te bekijken. Zie de catalogus en vraag aan de balie!

Dikke Dinges R.I.P.

Dikke dinges was verscheiden,
in zijn Heer en litjemaux,
de professor kwam en zeide:
"Hum, hum, hum...." en liet het zoo.
Doodkist werd besteld, gemeten
afgebiest met plint en lat
die, met zillever besmeten,
krap, fataal en poenig zat.


Zeven bidders wiegewankten
in d'r grafgezanten vlijt
met de kostbaar ingeplankte
vieze dikke dooiigheid.
Van de traphal naar den wagen,
van de wagen naar het graf....
trapten in plechtstatig dragen
voormans hak en hielen af.


Heel de Dingespermentasie
vormden om de kuil een O
dominee hield een predikasie
over Christenheil en zoo
over dood en over leven
zoo kortstondig als het gras
treurend snoten al de neven,
om den duur van het gewas.


Hier ligt in z'n Heer ontslapen
(oogen toe en zonder weet)
de geliefde, zeer rechtschapen
makelaar in kinderleed.
Spekulant in graan en krotten,
zwaar geschut en menschenwee
God zijn ziel! .... Het graf z'n botten!
Dikke Dinges R.I.P.



De door mij bijgevoegde prent is van Albert Hahn