Posts tonen met het label rotterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rotterdam. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2011

schimmig

De Rotterdamse schrijver Willem van Iependaal (1891-1970) blijft een schimmige figuur. Hij was een oplichter en heeft daarvoor in de gevangenis gezeten. Buitengewoon kleurrijk beschrijft hij het leven aan de zelfkant van de vroeg 20ste-eeuwse grote stad.
Zijn grootste succes, het beroemde jeugdboek Polletje Piekhaar (1935), verhaalt in een mengeling van plat-rotterdams en bargoens over het leven van een Rotterdams straatjochie, dat elke dag opnieuw inventief moet zijn om zijn dagelijkse kostje bijeen te scharrelen.
Het boek was een instant hit, maar werd vanwege het grove taalgebruik en de niet onaantrekkelijke criminele concepten, verboden voor scholieren. Veel ouderen herinneren zich hoe het boek stiekem onder de schoolbanken van hand tot hand ging. Ook ver na de oorlog.

Onderstaand gedicht van Van iependaal is niet uit Polletje, maar sluit wel aan op dit verhaal.


De steeg

De kerels kleven aan de hoek
Van het verpuinde straatje
En rollen, tussen fluim en vloek,
Het zoveelste piraatje

De vrouwen hangen, uitgedord,
Hun kommer en hun wrevel,
En al wat aan hun leven schort,
Reikhalzend uit de gevel.


Het late licht druipt loom en leeg
Door de gebarsten ruiten
En roept de kleuters van de steeg,
Die binnen zijn, naar buiten...

Naar buiten, waar het huisvuil rot,
In de verzande goten
En waar de jeugd een toegang tot
Een uitweg is gesloten


(piraatje = sigaretje)

woensdag 9 februari 2011

Tunnel

Weinig Rotterdammers zullen geen sentimentele gevoelens hebben bij de onvolprezen Maastunnel. En dan bedoel ik natuurlijk de fiets- en voetgangertunnel met zijn sfeervolle houten roltrappen. (Want dat autogedeelte is een beetje krap en uit de tijd en zaait vooral dood en verderf en daar kunnen we beter verder niet teveel over nadenken, hopend dat verkeersplanners dat intussen wel doen.)
En die ventilatiegebouwen natuurlijk, die vooral in een nog waterig, maar toch hoopvol voorjaarszonnetje, zo ongelooflijk wit en strak uitgemeten oplichten aan de Maasoevers. Vooral als je, net uit de klamme tunnel, met je fiets op de kop van Charlois staat en naar de noordoever kijkt. Onbeschrijflijk, nou ja, dat hoef ik niet uit te leggen, denk ik.

Antwerpen heeft ook een heel mooie fiets- en voetgangertunnel. De Sint Annatunnel onder de Schelde. Net als bij ons een belangrijke verbindingsweg tussen de beide stadsoevers. Net iets ouder dan de onze, uit 1933. Maar toch gelijksoortig en met houten roltrappen, zij het net iets minder imposant, gelukkig.

Wel doen ze er daar dan weer leukere dingen mee. De Antwerpse stadsdichter Joke van Leeuwen, een halve Nederlander die in België beter gewaardeerd wordt dan hier, maakte in 2009 een gedicht voor deze tunnel, dat voor twee maanden op de muren uitgeschreven stond.
Het Elfhonderdmetergedicht. Dat was een dikke 500 meter heen en ruim 500 meter terug, op beide muren.

En dan ben ik toch zo jaloers! Waarom hebben wij dat niet?

maandag 31 januari 2011

Oh what a night!

Tja, de gedichtendag is alweer voorbij, maar zelf kom ik nog niet los van het gedicht dat voor deze gelegenheid, rond het thema NACHT, geschreven werd door de campusdichter van de Erasmus Universteit Rotterdam.

In mijn vorige bericht plaatste ik spontaan een filmpje hiervan, maar nu ik het terugzie en erover nadenk, vind ik dat dit gedicht van Lennart Pieters meer aandacht verdient.

Een zin als: aan beide zijden van de loop prijzen mannen hun god komt wat mij betreft in aanmerking voor klassieker.

de vader van twee in driedelig pak, legt zijn jas en geweten in de kofferbak is dan weer humoristisch, maar eveneens sprekend. En daarna die arme meneer Yamamoto, voor het laatst zichzelf niet waargemaakt, met zijn hartekreet op zijn bureau. Mooie zinsnedes allemaal.

Daarbij gaat dit gedicht in een nacht de wereld rond. Een mooie gedachte. Opeenvolgend zien we alledaagse flitsen uit het nachtelijke leven in Teheran, Rotterdam, Alabama, Byron Bay, Tokyo en Afghanistan en dan is het alweer ochtend.
Daarom hierbij alsnog de volledige tekst, voor alle sukkels zoals ik, die zo'n snel filmpje niet helemaal kunnen volgen....

Nacht
En de zon gaat onder.
Etalages sluiten hun stalen oogleden.
In de bazaar alle verse waar voor weinig.
De forenzen slaan hun slag en keren huiswaarts.
Jongeren bevolken de pleinen.
Waarvan weinig terecht geheel zonder vrees
De weg vragen naar geheime feesten.
En daar in de kelder in een donkere hoek,
Kust een man met een man.
Het is 9 uur s’avonds in Teheran.

Een boeggolf rimpelt zich naar de maaskade.
Klim je achterop mijn bagagedrager?
Roept een student naar een knappe hardloopster.
Ik heb pep en sos slist een dealer geniepig
Spreek me aan met Piet als je besluit te kopen.
In een wietkelder in West knipt een man gram na gram.
Het is 11 uur s’avonds in Rotterdam

Hi honey, it’s me. I’m just calling to say
I’ve been working late.
I’m sorry but we could use the money.
De vader van twee in driedelig pak
Legt zijn jas en geweten in de kofferbak.
Hij rijdt naar de Southside en laat zich versieren.
Trekt een paar Benjamins, laat zich plezieren.
Zij wil hem steunen, ze denkt hem te kennen.
Het is 1 uur s’nachts in Troy, Alabama.

De vlammen van de Poi zweven cirkels op de stranden
Vierliter pakken wijn wisselen van handen.
Het zwellende geluid van de brekende golven
Overstemd door gitaar en didgeridoo.
“Wonderwall” in samenzang van accenten.
Stelletjes kruipen in koepeltentjes.
Aan de rand van de bush doet een groep LSD.
Het is 3 uur s’nachts in Byron Bay.

Hoog boven een zee van neon licht
Met stropdas wapperend in de wind
Bevindt zich meneer Yamamoto.
Voor het laatst zichzelf niet waargemaakt.
Met zijn benen al over de rand van het balkon,
Wachtend op de rijzende zon.
Zijn hartenkreet ligt op het bureau
Het is 5 uur s’ochtends in Tokyo.

Helikopterwieken scheren door schapenwollen wolken.
De berg laat de nacht van haar schouders glijden.
Het dal braakt roffelende salvo’s
Laag over de hoofden van onze jongens heen.
Op hun knieën aan de rand van ’t papaver.
Aan beide zijden van de loop prijzen mannen hun god.
Het is 7 uur s’ochtends in Derawut
En de zon komt op.